Cultuurbeoefening
Op deze pagina laten we zien hoe de cultuurbeoefening van Brabanders zicht ontwikkelt. Wat
We maken gebruik van meerdere bronnen:
1. Met cijfers uit het
2. Voor resultaten die specifiek over Brabant gaan maken we gebruik van de
3. Waar mogelijk vergelijken we de resultaten van de Brabantse cultuurpeiling met de landelijke
Cultuurbeoefening in Noord-Brabant
Cultuurbeoefening in Noord-Brabant iets onder het landelijk gemiddelde
Noord-Brabant neemt in 2025 plek 11 in op de ranglijst van cultuurbeoefening (LISSpanel). Het aandeel inwoners dat minstens één dag per week een culturele hobby uitoefent (46%) ligt een paar procentpunt onder het landelijk gemiddelde. Daarmee bevindt Noord-Brabant zich aan de onderkant van de relatief smalle bandbreedte tussen provincies. Groningen vormt daarbij de bovengrens (54%) en Zeeland de ondergrens (45%). Sinds 2019 schommelt de positie van Noord-Brabant tussen plek 8 en 11, wat een relatief stabiel beeld laat zien.
Ook bij een uitsplitsing naar disciplines blijft dit beeld overeind. Het aandeel Brabanders dat zich bezighoudt met handenarbeid (zoals schilderen, tekenen en boetseren) ligt rond het landelijk gemiddelde. Hetzelfde geldt voor het bespelen van een muziekinstrument en voor de beoefening van toneel, musical en ballet. In al deze categorieën staat Noord-Brabant op plek 8 in de ranglijst.
Twee derde van de Brabanders beoefent cultuur
Ondanks dat Noord-Brabant laag scoort op cultuurbeoefening in de ranglijst van provincies, zegt 67% van de Brabanders in de Cultuurpeiling 2025 aan cultuurbeoefening te doen. Dit was twee jaar geleden ook zo. De meest populaire vormen zijn:
– Tekenen, schilderen of grafisch werk zonder computer (30%);
– Zingen (25%);
–
Een aantal vormen van podiumkunsten, zoals dans en toneelspelen, zijn minder
Cultuurbeoefening wordt minder frequent gedaan dan mediagebruik. Brabanders geven vaker aan de verschillende soorten vormen van cultuurbeoefening maandelijks of enkele keren per jaar te doen, terwijl dat bij mediagebruik dagelijks of wekelijks meer voorkomt.
Het online beoefenen van cultuur daalt. In 2025 doet 46% aan online cultuurbeoefening, in 2023 was dit nog 52%. Meestal gaat het hier om het bekijken van een lesvideo, webinar, cursus of workshop via online platforms. Andere vormen die minder worden gedaan, zijn het volgen van een live online les, video’s via cursusaanbieders of deelname aan een online community.
Cultuurbeoefening nog steeds vooral voor het plezier
De redenen waarom mensen aan cultuurbeoefening doen, zijn nauwelijks veranderd ten opzichte van twee jaar geleden. Cultuur wordt, net als toen, vooral beoefend voor het plezier (77%) en voor ontspanning (60%). Daarnaast geeft een vijfde van de Brabanders aan cultuur te beoefenen voor persoonlijke ontwikkeling en iets minder voor sociaal contact (18%).
Cultuurbeoefening meestal thuis en zonder les
De meeste Brabanders beoefenen cultuur in hun eigen woonruimte, bijna de helft van de beoefenaars doet dit. Daarnaast geeft een vijfde aan cultuur te beoefenen in een theater of concertgebouw, en iets minder dan een vijfde doet dit buiten in de natuur. Locaties als het verenigingsgebouw, schoolgebouw, sportaccommodatie en centrum voor de kunsten worden minder gebruikt. Mogelijk hangt dit samen met het feit dat veel populaire vormen van cultuurbeoefening, zoals tekenen, zingen en het maken van content, geen specifieke locatie vereisen. Ten opzichte van 2023 zien we weinig significante veranderingen in het locatiegebruik. Het aandeel Brabanders dat cultuur beoefent in een café is significant gedaald.
Net als in 2023 volgt het merendeel (72%) van de beoefenaars geen lessen. Brabanders die wel lessen volgen, doen dit vooral in beeldhouwen of boetseren, het bespelen van een instrument of dans. Er wordt in 2025 iets vaker les gevolgd in zingen en cabaret/stand-up comedy ten opzichte van 2023.
Van de Brabanders die aangeven aan cultuurbeoefening te doen, doet 21% dit in 2025 in groepsverband. Dat kan bij een vereniging of stichting (formele groep), of bij een informele groep zijn. 79% beoefent geen cultuur in groepsverband.
Verschillen tussen Brabanders
Jongeren en hbo- en wo-geschoolden zijn actiever
In de Cultuurpeiling kijken we ook naar verschillen tussen Brabanders. We zien hier dat meer jongeren tussen de 16 en 29 jaar aan cultuurbeoefening doen (83%) dan oudere leeftijdsgroepen. Zij doen dit ook meer frequent. Dit geldt voor alle vormen van cultuurbeoefening. De jongere Brabander doet ook vaker aan online beoefening (60%) en volgt vaker dan gemiddeld les (62%).
75-plussers zijn vaker aangesloten bij een vereniging of stichting (75%) dan de andere leeftijdsgroepen. Bij informele groepen zien we geen leeftijdsgroep die erbovenuit springt. Brabanders in de leeftijd van 50-64 jaar doen het minste aan cultuurbeoefening in groepsverband (84%).
Alle vormen van cultuur worden vaker beoefend door mbo-geschoolden (70%), en hbo- en wo-geschoolden (68%). Dat geldt ook voor online vormen (54% hbo- en wo-geschoolden). Daarbij maken hbo- en wo-geschoolden vaker deel uit van een informele groep voor cultuurbeoefening (12%). Dit verschil geldt niet voor formele groepen: bij verenigingen of stichtingen is deelname nagenoeg gelijk tussen alle opleidingsniveaus.
Het maakt voor cultuurbeoefening niet veel uit of je verstedelijkt gebied woont of juist daarbuiten.
Brabantse uitkomsten in landelijk perspectief
De Brabantse uitkomsten sluiten op hoofdlijnen aan bij het landelijke beeld uit de VTO 2024 (Hoog & Swartjes 2026). De VTO bevestigt grotendeels de Brabantse patronen naar leeftijd en opleiding. Het beeld naar stedelijkheid is genuanceerder.
Zowel in Brabant als landelijk is cultuurbeoefening sterk vertegenwoordigd onder jongere leeftijdsgroepen. Bij podiumkunsten neemt het aandeel beoefenaars af naarmate de leeftijd stijgt (60-77% onder 6-19-jarigen, 25-30% onder 50-plussers), bij mediakunst zijn jongeren (36% van de 12-19-jarigen) en jongvolwassenen (28% onder 20-34 jaar) relatief actief. Ook het verschil naar opleiding komt terug in de VTO: relatief meer hbo/wo-geschoolden beoefenen cultuur (60%) dan mensen met een havo/vwo/mbo- (51%) of basis/vmbo/vso-opleiding (39%).
Een blik op de frequentie van beoefening in de VTO zorgt voor nuancering. Bij podiumkunsten verschilt de frequentie van beoefening in het landelijke onderzoek niet naar opleiding, en bij beeldende kunst ligt de maandelijkse frequentie juist relatief hoog onder beoefenaars met een vmbo- of
Voor stedelijkheid is het landelijke beeld minder eenduidig: bij sommige vormen, zoals podiumkunsten en erfgoedbeoefening, zijn stedelingen actiever, maar op andere onderdelen zijn de verschillen beperkt of niet significant.
Bronnen
Centerdata. (sd). LISS panel. Opgehaald van Centerdata: https://www.centerdata.nl/liss-panel
de Hoog, T., & Swartjes, B. (2026). Cultuurparticipatie in Cijfers – Rapportage over de Vrijetijdsomnibus (VTO) 2024. Amsterdam: Boekmanstichting.
Burggraaff, W. & Bergwerff, S. (2025) Monitor Erfgoedbeoefening 2025. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN)
Meer weten?
Bekijk het dashboard voor een deel van de indicatoren over cultuurbeoefening.
Lees meer over de cijfers over cultuur en participatie in de landelijke Cultuurmonitor.
Wat zijn de verhalen achter de cijfers? Op Kunstloc Brabant vind je interviews met de mensen uit de culturele sector.
De onderzoeksverantwoording gaat uitgebreid in op de gebruikte data en onderzoeksmethoden.
Ben je benieuwd naar de resultaten uit 2024?